Voorbeeldcase — fictieve onderneming
Ondernemio Case

Atelier Noord groeit. Maar kan de onderneming die groei ook dragen?

Een interieur- en maatwerkbedrijf met vier medewerkers staat voor twee grote beslissingen: een vijfde medewerker aanwerven en investeren in een CNC-machine van € 85.000. Op papier lijkt de groei logisch. De cashflow vertelt een genuanceerder verhaal.

Jaaromzet€ 620.000
Medewerkers4
Gem. project€ 9.800
Investering€ 85.000
De situatie

De orderportefeuille groeit sneller dan de capaciteit.

Atelier Noord ontwerpt en produceert maatwerkinterieurs voor particuliere en professionele klanten. De onderneming heeft vier medewerkers en realiseert een jaaromzet van ongeveer € 620.000.

De vraag neemt toe. Dat is positief, maar de werkplaats begint tegen haar grenzen aan te lopen. Levertermijnen worden langer en de zaakvoerder besteedt steeds meer tijd aan operationele problemen. Tegelijk ontstaat de kans om met een CNC-machine een deel van de productie sneller en consistenter uit te voeren.

De eerste reactie ligt voor de hand: een extra medewerker aannemen én de machine kopen. Maar twee groeibeslissingen tegelijk leggen een stevige druk op de beschikbare cash.

De cijfers

Eerst begrijpen waar de marge ontstaat.

Gemiddelde verkoopprijs project€ 9.800
Direct materiaal€ 3.150
Directe arbeid€ 2.050
Toegerekende vaste kosten€ 1.350
Totale kostprijs€ 6.550
Brutomarge per project€ 3.250ongeveer 33%
Wat vertelt dit?

Er is marge om te groeien, maar die marge wordt pas cash wanneer projecten uitgevoerd én betaald zijn. De onderneming moet dus niet alleen vragen of de uitbreiding rendabel is, maar ook of ze de periode tussen extra kosten en extra ontvangsten kan overbruggen.

Beslissing 1

Een vijfde medewerker.

Voor de nieuwe medewerker wordt uitgegaan van een brutoloon van ongeveer € 3.150 per maand. De totale werkgeverskost wordt in deze voorbeeldcase geraamd op ongeveer € 55.000 per jaar.

Bij een brutomarge van € 3.250 per gemiddeld project zou puur rekenkundig ongeveer 17 projecten extra nodig zijn om € 55.000 brutomarge te genereren. Maar de medewerker creëert niet alleen nieuwe omzet: hij ontlast ook bestaande capaciteit en kan doorlooptijden verkorten. In de case wordt daarom gewerkt met een bredere operationele doelstelling waarbij circa 11 extra projecten per jaar rechtstreeks aan de capaciteitsuitbreiding worden gekoppeld en de overige waarde uit efficiëntie en bestaande productie komt.

De conclusie

De aanwerving is verdedigbaar, op voorwaarde dat de orderinstroom structureel blijft en de extra capaciteit snel productief wordt. De eerste maanden vragen wel extra cash voordat de hogere capaciteit volledig rendeert.

Beslissing 2

De CNC-investering van € 85.000.

De machine kan repetitieve productiestappen versnellen, fouten verminderen en de beschikbare capaciteit verhogen. Atelier Noord overweegt € 25.000 eigen middelen in te brengen en € 60.000 extern te financieren.

Op basis van de verwachte efficiëntiewinst en extra productiecapaciteit wordt in deze voorbeeldcase een terugverdientijd van ongeveer 3,4 jaar geraamd.

Dat maakt de investering economisch interessant, maar niet automatisch verstandig om onmiddellijk uit te voeren. De eigen inbreng van € 25.000 verdwijnt meteen uit de liquiditeitsbuffer, terwijl ook de nieuwe medewerker vanaf de eerste maand betaald moet worden.

Het kantelpunt

Winstgevend betekent niet automatisch betaalbaar.

Wanneer beide beslissingen onmiddellijk worden uitgevoerd, zakt de beschikbare liquiditeit in maand drie volgens het scenario tot minder dan € 18.000.

De oorzaak is een combinatie van de eigen bijdrage voor de machine, hogere personeelskosten, materiaal dat vóór oplevering moet worden betaald en klanten die gemiddeld pas ongeveer 50 dagen na facturatie betalen.

De onderneming zou dus een rendabele groeistrategie kunnen uitvoeren en tóch in liquiditeitsproblemen terechtkomen.

Belangrijk inzichtTiming is hier belangrijker dan de vraag of beide investeringen op zichzelf rendabel zijn.
De beslissing

Niet minder groeien. Slimmer faseren.

01

Eerst aanwerven

De vijfde medewerker komt eerst. Zo wordt de bestaande productiecapaciteit onmiddellijk versterkt.

02

Machine 3 maanden later

De CNC-investering wordt uitgesteld zodat de eerste groeifase tijd krijgt om omzet en cash te genereren.

03

30% voorschot

Nieuwe projecten starten met een voorschot, zodat materiaal en voorbereiding minder zwaar op het werkkapitaal drukken.

04

Prijsdiscipline

Kleine maatwerkprojecten krijgen een hogere minimumprijs om de relatieve voorbereidings- en productiekost beter te dekken.

Zes maanden later

Groei, zonder de liquiditeit op te offeren.

+14%omzetontwikkeling
29% → 34%gemiddelde brutomarge
↓kortere doorlooptijd
✓medewerker geïntegreerd
✓CNC-machine geïnstalleerd
✓liquiditeitsbuffer beschermd

Belangrijk: Atelier Noord is een fictieve voorbeeldonderneming. De bedragen en resultaten zijn illustratief en dienen om te tonen hoe verschillende ondernemersbeslissingen met elkaar samenhangen. Ze vormen geen financieel, fiscaal of juridisch advies.

Wat neem je mee?

De beste groeibeslissing was niet “ja” of “nee”, maar “wanneer”.

Atelier Noord hoefde de investering of aanwerving niet te schrappen. Door kostprijs, marge, personeelskost, investering en cashflow samen te bekijken, werd duidelijk dat fasering het verschil maakte.